“Ik gooide spiritus in haar gezicht en sloeg met een honkbalknuppel”

 

Jan(27). Daar is iets mee. Hij heeft moeite met relaties. Hij heeft hechtingsproblemen en verlatingsangst. Dat heeft hij sinds zijn jeugd. Jan heeft wat je noemt een zeer moeizame manier van omgaan met anderen.*

 

 

Misschien is dat wel de reden is van Ellen ’s vertrek maar dat is suggestief. Ze maakt de verkering uit. Ellen probeert diezelfde week nog wat spullen te halen maar Jan geeft niet thuis. Hij antwoordt niet. Ook niet op berichten.

 

Hij doet de deur niet open.

Ellen besluit de spullen kwaadschiks te halen. Met haar moeder. Via het badkamerraam kruipt ze naar binnen. Ineens ziet ze Jan in zijn eigen badkamer staan. Hij gooit een fles met spiritus over haar heen. Het kan Bio-ethanol zijn geweest, dat weet Jan niet meer verklaart hij in ter zitting. De fles is nooit terug gevonden.

Ellen voelt het bijtende spul in haar gezicht en deinst terug. Jan schrikt enorm van zichzelf en vlucht naar de voordeur. Maken dat hij wegkomt. Uit zijn eigen huis. Daar staat Ellen’ s moeder, met daar achter een woedende Ellen. Nog voor Ellen iets kan ondernemen duwt Jan haar aan de kant, geeft haar een knietje en grijpt een honkbalknuppel die in een hoekje van het halletje staat. Alvast. Je weet maar nooit.

Hij houdt de knuppel boven haar hoofd en schreeuwt: “Van mijn erf af!” Hij slaat haar. Op haar hoofd. Op haar been. Met de knuppel. Poging doodslag. Het is niet anders.

 

Moeder is getuige. De politie komt er aan. Jan heeft een honkbalknuppel maar ook een probleem. Ellen heeft een hersenschudding en een gekneusd been. De striemen op haar been zijn gefotografeerd.

Getuigen verklaren echter dat Ellen met haar hersenschudding de volgende dag gewoon stond te dansen op een feest. Ook daar zijn foto’ s van gemaakt.

 

In de zittingszaal verklaart Jan: “Ik was haar zat. Haar sms-en, haar bellen en haar dreigende taal. Ik weet niet meer waarvoor hij de fles spiritus gebruikte. Waarschijnlijk om de tafelhaard mee aan te steken.”

Gezellig.

 

“Kan het ook Bio- ethanol zijn geweest?” vraagt de rechter. Jan zegt dat dat best zou kunnen. Hij herinnert zich niet zo heel veel.

“Ik wilde haar ook niet slaan, ik was alleen erg bang voor haar. Ze wilden mijn hond meenemen, ze riepen hem al. De hond kent haar, ik was bang dat hij zou meelopen”.

 

Jan is verminderd toerekeningsvatbaar. Hij heeft ook ADHD. Hij woont in een instelling met dit soort Jannen. Bij en met begeleiders. Dat is beter. Jan is al eens eerder in aanraking geweest met justitie. In 2002 voor mishandeling en in 2007 voor eenzelfde vergrijp. De officier eist van Jan dat hij naar een agressie regulatietraining gaat. Jan wil dat zelf ook graag. Dit mag niet weer gebeuren, vindt hij.

Hoe poging doodslag verandert in (poging tot zware) mishandeling. De eis: 50 uur werkstraf, 2 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De schadevergoeding á 569 euro moet hij betalen. Jan krijgt zoals gebruikelijk het laatste woord. Zegt: “Ik wist niet dat ik in staat was zoiets te doen.”

 

Dit horen we vaker. In staat blijken tot het plegen van daden. Wij allemaal. Daar heb je geen knuppel voor nodig. Wapens genoeg voorhanden. Kijkt u maar eens in uw keukenlade….

 

 

*Uit psychiatrisch onderzoek gebleken.

*De uitspraak is reeds geweest: deze is conform de eis.

 

* Mijn rechtbankverslagen zijn gebaseerd op de werkelijke gebeurtenissen en feiten genoemd in de rechtbank. De namen van slachtoffers, verdachten en daders zijn gefingeerd. Soms ook woonplaatsen. Uit veiligheidsoverwegingen.

Dit bericht is geplaatst in Rechtbankverslagen, Uitspraken met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.